Is er een FIFA-ref in de zaal? Interview met futsalscheidsrechter Jiri Bergs

Vier interviews deed ik al voor mijn blog: met eersteklasserefs Wesli De Cremer en Nathan Verboomen (tevens FIFA-ref), assistent in de tweede klasse Tom Glazemakers en Jan ter Harmsel uit Nederland. Die hebben één ding gemeen: ze fluiten of vlaggen allemaal in het veldvoetbal.

Maar hoe zit dat eigenlijk met de arbitrage in het zaalvoetbal? ‘Hoe gaat dat in zijn werk?’ vroeg ik me af. En wat is het verschil met veldvoetbal? Niemand kan die vraag beter beantwoorden dan Jiri Bergs: behalve voorzitter van mijn vriendenkring KSOVA is hij namelijk FIFA-scheidsrechter in het futsal én lijnrechter in het veldvoetbal.

Yungref: Hoe is jouw liefde voor het voetbal en de arbitrage ontstaan?

Jiri: “Daarvoor moeten we teruggaan naar mijn jeugd in Tsjechië – mijn vader is Belgisch, maar mijn moeder Tsjechisch. Mijn vader werkte telkens één maand in België en de andere in Praag.

Op mijn zesde ben ik beginnen voetballen bij een plaatselijk clubje. Het bleek al snel dat ik geen goede voetballer was: ik zat dus vaak op de bank. Maar na een paar jaar was er plots een andere optie: scheidsrechteren. Je moet weten: het systeem voor de jeugdmatchen was daar helemaal anders dan in België. Er werd ook een hoofdscheids aangeduid, maar die kreeg altijd twee assistenten mee: de eerste werd geleverd door de thuisploeg, de tweede door de bezoekers. Meestal waren het ouders van spelers die langs de lijn meeliepen. Maar die deden dat niet echt graag, en op een gegeven moment heb ik gevraagd of ik dat eens mocht doen. Het mocht, zij het tijdens een oefenmatch. En zo kwam het dat ik bij oefenwedstrijden nog maar zelden op de bank zat: tijdens de eerste helft vlagde ik, tijdens de tweede speelde ik gewoon weer mee. En ik vond vlaggen even leuk als zelf spelen.

Op school zat een jongen die al scheidsrechter was, en door hem ben ik een cursus gaan volgen.”

Yungref: Wanneer ben je in België beginnen fluiten?

Jiri: “Ik heb welgeteld één seizoen in Tsjechië gefloten, en het jaar daarop zijn we naar België verhuisd. Dat betekende: opnieuw de cursus volgen en examen doen, en opnieuw starten in de laagste categorie van het jeugdvoetbal. In het begin was dat wel lastig, zeker omdat ik nog niet perfect Nederlands sprak. Maar dankzij de arbitrage kon ik snel bijleren: vooral mijn peters Omar El Filali en Dirk Schoenmakers en de mensen uit de vriendenkring hebben me daar goed mee geholpen.”

Yungref: Waarom koos je uiteindelijk voor futsal en niet voor veldvoetbal?

Jiri: “Ook weer dankzij een collega: Morad El Hajouti. Met hem ging ik regelmatig naar Futsal Topsport Antwerpen kijken, in Het Rooi. Het is een heel intensieve sport: er zijn veel kansen, het blijft echt spannend van de eerste tot de laatste seconde, en het is héél technisch. Echt geweldig om naar te kijken. Na een tijd begon ik ook te letten op de arbitrage – wat doen ze precies, hoe is hun positionering en hun signalisatie, dat werk. Ik stelde Morad voortdurend vragen, hij gaf me uitleg bij de beslissingen van de scheidsen.”

Yungref: Wat zijn eigenlijk de grootste verschillen tussen arbitreren in het veldvoetbal en futsal?

Jiri: “Omdat het veld veel kleiner is, is futsal is een pak technischer – er gebeurt meer op een kleinere ruimte, en de regels weerspiegelen dat. We moeten bijvoorbeeld constant bijhouden hoeveel fouten elk team heeft gemaakt – elke zesde fout van het ene team levert een soort strafschop op voor de tegenstander. Wij moeten ook nog harder op terugspeelballen letten: als een doelman de bal naar een ploegmaat speelt, mag hij hem niet meteen terug krijgen. En zo zijn er nog een pak andere regels. Je moet je hoofd er dus héél goed bijhouden.”

Yungref: Dan is jullie training vast ook helemaal anders.

Jiri: “Eigenlijk niet. We trainen ook gewoon buiten – niet in een zaal – en onze conditie moet ook top zijn. We moeten veel gaan lopen, en één keer per maand zakken we af naar het Belfius Basecamp in Tubeke voor een veldtraining met de collega’s. En die laatste verschilt nauwelijks van die van de refs uit het veldvoetbal. Wij leggen alleen iets meer nadruk op zijwaarts lopen: tijdens een wedstrijd lopen we immers de lijn af, zoals lijnrechters in het voetbal.

We moeten ook jaarlijkse fysieke- én theoretische testen afleggen: sprints en de ARIET-test – da’s een beeptest die een 15-tal minuten duurt. En de CODA-test natuurlijk: die leggen we zowel zijwaarts als voorwaarts af. Het is te zeggen: we lopen eerst tien meter voorwaarts, waarop we twee keer acht meter zijwaarts afleggen, en als laatste opnieuw tien meter moeten sprinten. Dat is één set. De afstand die we zijwaarts afleggen is wel kleiner.”

Yungref: Hoe ziet jullie wedstrijdvoorbereiding eruit?

Jiri: “We komen een uur en een kwartier voor de match samen bij de sporthal. Dan doen we een veldcontrole: we controleren onder andere de netten van het doelen, de lijnen van het veld, de claxon en chrono en de banken. Die laatste moeten namelijk op een bepaalde afstand van de tafel van de tijdswaarnemer staan. We controleren dan ook nog even de uitrusting van beide teams. En daarna is het tijd voor de opwarming. Als het kan, doen we dat op het terrein zelf, maar als er te weinig ruimte is, verhuizen we naar de gang bij de kleedkamers – of waar er maar ergens plek voor is. In sporthallen is het soms een beetje krap.

Soms spelen de beloften nét voor onze match, en dan hebben we minder tijd – dan moeten we die hele check op een kwartiertje doen. Als we internationaal fluiten krijgen we daar wél alle tijd voor.”

Yungref: Hoe kwam het nieuws bij jou binnen dat je een FIFA-badge zou krijgen?

Jiri: “Tja, daar was ik uiteraard superblij mee. De voorzitter van de bond belde me om te zeggen dat ze mij hadden gekozen. Een verrassing, want de commissie baseert haar beslissing op heel veel factoren, en ik dacht niet dat ik daar dan als beste zou uitkomen. Ik had het natuurlijk wel gehoopt: je werkt niet voor niks een paar seizoenen lang keihard om daar te geraken.

Het heeft vast ook geholpen dat ik nog maar 25 was, jong genoeg om nog veel progressie te maken. Hoe dan ook: het was een grote droom die uitkwam.”

Yungref: Je bent behalve ref in het futsal ook assistent in het veldvoetbal. Omdat je ze allebei te graag doet om te kiezen?

Jiri: “Ik was al een tijdje scheidsrechter in de derde amateurklasse, één categorie boven de provinciale. Ik zag vele jongere en talentvolle collega’s – Arne De Beuckelaer bijvoorbeeld – snel doorstromen, vooral vanwege hun fysiek. Ik wist dus dat ze meer kansen hadden om in het betaald voetbal te geraken. Ik kreeg altijd wel positieve feedback van de opleiders toen ik als assistent in de tweede amateurklasse vlagde. Assistent was dus zeker een optie. En omdat de combinatie tussen hoofdscheidsrechter in het nationale veldvoetbal en FIFA-ref in het futsal eigenlijk zo goed als onmogelijk is, koos ik ervoor assistent te worden in het veldvoetbal – dan kon ik ze wél allebei blijven doen. Een futsalwedstrijd op vrijdag en een veldmatch op zondag: dat is oké qua tempo.”

Yungref: Je bent al een paar jaar voorzitter van de vriendenkring KSOVA. Hoe ben je daar eigenlijk terecht gekomen?

Jiri: “Alleszins heel snel nadat ik naar België ben verhuisd. En omdat Dirk en Omar – die er nu nog altijd actief zijn – mijn coaches waren. In de beginjaren nam ik al aan elke activiteit deel, of het nu een vergadering, quiz of training was. Arbitrage is voor mij veel meer dan in het weekend wedstrijden fluiten. Het betekent echt alles voor mij: fluiten, vrienden maken, plezier hebben. Ik vond het ook altijd leuk om andere collega’s bezig te zien. Ik kon er ook altijd veel van leren.”

Yungref: In het futsal lopen er twee officials langs de lijnen en twee langs de kant. Wat is de taak van die laatste?

Jiri: “Je kunt ze zo’n beetje vergelijken met de vierde official in het veldvoetbal.

De derde scheidsrechter helpt de scheidsrechters in de zaal: hij houdt de wissels en de administratie – kaarten en fouten en zo – in het oog, en hij zorgt dat de staf en de wisselspelers zich een beetje gedeisd houden. Zij zijn verantwoordelijk voor de  banken, en ze moeten de stand en de tijd bijhouden.

De vierde scheids houdt vooral de tijd in het oog. In het futsal spelen we twee keer twintig minuten, maar de tijd wordt voortdurend stilgezet – als de bal buitengaat of het spel ligt om een andere reden stil, dan zet de vierde scheidsrechter de chronometer stil.

Yungref: Wat waren de mooiste momenten uit je carrière?

Jiri: “Sowieso mijn eerste internationale aanduiding in de Futsal Champions League in januari van dit jaar, in Sarajevo. De wedstrijd was sowieso van een hoog niveau, maar het was in zijn geheel een echte beleving. Om te beginnen was de organisatie echt fantastisch: we werden opgehaald op de luchthaven met een busje, bijvoorbeeld, en onze hotelkamers waren top. Verder kregen we uitgebreid de gelegenheid om de streek te leren kennen, en was er tijd om te verbroederen met de collega’s.

Ook mijn eerste wedstrijd als FIFA-ref was er eentje om in te kaderen: FT Antwerpen – Halle Gooik, met collega Juan Boelen in Het Rooi. Het was de kwartfinale van de Beker van België en een echte kraker.

Alle wedstrijden die op tv uitgezonden worden, zijn uiteraard ook speciaal. Je bent dan toch iets meer gespannen, zo merk ik zelf als ik de beelden nadien bekijk.”

Yungref: Waren er ook momenten die je het liefst wil vergeten?

Jiri: “Die zijn er altijd.

Als ik er één moet uitpikken: Gelko Hasselt tegen Proost Lierse. Op een gegeven moment loop ik naar de tafel om het nummer van de speler die een gele kaart had gekregen te gaan noteren. Drie leden van de technische staf van Lierse applaudisseren ostentatief voor me – ze waren het niet eens met een eerdere beslissing. Ik was tweede ref, dus ik ben in principe niet verantwoordelijk om die actie te ondernemen– het is de taak van de hoofdref om mensen weg te sturen als ze zich misdragen. Maar ik was een fractie van een seconde zo geïrriteerd dat ik zei: ‘Jij, jij en jij: wegwezen.’ Waarop de T2 van Lierse ook opstapte, omdat hij geen zin had om daar in zijn eentje te blijven zitten. Dat zou ik vandaag helemaal anders aangepakt hebben. Maar ik was toen nog maar net in nationale – beetje weinig ervaring, zeker?


In regel zijn de wedstrijden waarover later nog veel gediscussieerd wordt de minste leuke.”

Yungref: Klassiek vraagje: wat neem jij mee naar de match?

Jiri: “Wax: mijn haar moet gewoon deftig liggen. Arbitreren begint met je uitstraling, hé. Zo kom je professioneel over. Ik neem ook altijd twee paar schoenen mee, alsook een ondershirt: ik hou niet van het gevoel van zo’n truitje op mijn lijf.

Verder pak ik ook de basisdingen mee: badge, tossmunt, kaarten, fluitjes. Die laatste trouwens in alle kleuren, en zeker die van mijn tenue. Als ik in het geel fluit, zal je mij ook altijd met een geel fluitje zien. Ik vergeet wel eens een handdoek voor na de wedstrijd mee te nemen, daar probeer ik dus nog extra op te letten.”

Yungref: Bedankt voor je tijd, Jiri. Blij dat je me een beetje wegwijs maakte in het futsal, ik heb er veel van opgestoken!

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s