Wedstrijdcommunicatie: tips om je beslissingen nog beter te verkopen

Communicatie is altijd en overal van belang, maar tijdens een wedstrijd is het essentieel. En niet alleen moet je duidelijk communiceren met spelers, maar ook met coaches en supporters. In deze post geef ik wat tips hoe je die communicatie kan toepassen in een wedstrijd. 

Afspraken

Het begint eigenlijk al vóór de wedstrijd: ik maak op voorhand altijd afspraken met de coaches. Ik leg uit wat ik van iedereen verwacht. Bijvoorbeeld: dat de spelers tijdens de match gerust mogen vragen waarom ik een bepaalde beslissing nam. Op één voorwaarde: dat ze het met respect doen. “Anders trek ik geel,” zeg ik dan. Meestal zorgen die afspraken voor een rustig wedstrijdverloop, omdat coaches dan ineens weten hoe ik een wedstrijd aanpak.

Lichaamstaal

Lichaamstaal is zeer belangrijk als scheidsrechter. Spelers en trainers zijn het vaak niet eens met je beslissing, dus moet je je beslissingen als het ware ‘verkopen’.

Het begint met het maken van duidelijke gebaren. Is er een handsbal, dan wijs je na het fluiten naar je arm. Zorg dat iedereen het gezien heeft – spelers en coaches, maar ook de supporters. Zo weet iedereen waarom je floot: dit was hands. Overdrijf desnoods een beetje: hou je arm een seconde langer in de lucht, of doe de beweging wat theatraler dan je normaal zou doen.

Kijk even naar de Engelse ref Mike Dean: je hoort niet wat hij zegt, maar je weet direct dat er niks aan de hand is.

Mike Dean is een meester in body language

Wat ook helpt, is de juiste gelaatsuitdrukking als je een beslissing neemt – het liefst is die neutraal. Begin dus bijvoorbeeld niet te glimlachen als je een speler uitsluit: dat komt echt niet goed over. Als een speler iets herhaaldelijk doet dat niet door de beugel kan, dan laat je hem dat kordaat weten – zie deze situatie waarin Björn Kuipers aangeeft dat hij genoeg heeft van het gezeur van Neymar Jr.

Björn Kuipers is klaar met het gezeur van Neymar Jr. op het WK 2018

Maar met lichaamstaal alléén los je het niet op: zorg vooral dat je altijd kort bij de actie staat. Als je een fout fluit als je op twee meter afstand staat, komt dit sowieso geloofwaardiger over dan wanneer je nog twintig meter achter bent: je hoeft dan helemaal niks te ‘verkopen’, iedereen weet dat je het gewoon gezien hebt. Een goede conditie hebben is dus noodzakelijk.

Fluitsignaal

Je fluitsignaal kan ook je body language extra ondersteunen, en omgekeerd. Het is goed om van nature een stevig fluitsignaal te hebben, maar dat wil niet zeggen dat je je eigen intonatie niet kan veranderen. Een kleine overtreding kan je op een kalme manier fluiten: kort maar krachtig. Maar als de overtreding rood waard is, mag je fluitsignaal luider en steviger zijn. Mijn filosofie is die van ex-topref Frank De Bleeckere: “Als je naar een wedstrijd kijkt met je ogen dicht, moet je aan het fluitsignaal van de ref kunnen horen om welke aard van overtreding het gaat,” zei hij er ooit over.

Met spelers

Praten met spelers tijdens de match: het werkt. Ik probeer spelers vaak op een rustige en vriendelijke manier aan te spreken, en niet alleen als ik ze een waarschuwing geef. Een klein babbeltje tussendoor: dat appreciëren ze wel. Als ze merken dat hun ref geen politieman is die de regels alleen strikt wil toepassen, maar iemand die ook plezier heeft in het spel, dan worden ze vanzelf kalmer. Als ik dan plots toch een overtreding fluit, aanvaarden ze dat sneller.

Gele kaarten: je strooit er nooit zomaar mee in het wilde weg, maar je bouwt het best een beetje op:

  1. In het begin van de wedstrijd fluit je gewoon de fout.
  2. Dan geef je een terloopse waarschuwing voor de speler die de fout maakte.
  3. Je roept de speler tot bij jou én waarschuwt hem/haar voor de laatste keer.
  4. Volgt er dan nog een overtreding, dan geef je een gele kaart.
  5. Daarna geef je een tweede gele kaart of meteen rood.

Deze regels zijn van toepassing binnen één team: als drie spelers van hetzelfde team een fout maakten, gaat de vierde de volgende keer zonder fout op de bon. Ook geldt deze opbouw enkel voor kleine overtredingen: trapt een speler in de vierde minuut een tegenstander op de enkels, dan krijgt die uiteraard meteen rood.

Ook na de wedstrijd probeer ik, terwijl ik het wedstrijdblad invul, nog een kort gesprek te doen met de coaches. Zijn er discutabele fases geweest, dan heb ik even de kans om mijn beslissingen even uit te leggen.

Dat waren alvast mijn tips om jouw communicatie op het veld te verbeteren. Heb je er nog andere? Laat het me even weten in de commentaren of stuur een dm via Instagram (@yungreflife).

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s